Operette

            Ralph ( Rudolph Josef František) Benatzky, (Moravské Budějovice, Moravië, 5 juni 1884 – Zürich 16 oktober 1957), 
            was een Oostenrijks componist van vele operettes en filmmuziek.
            Hij studeerde muziektheorie onder andere bij Felix Mottl.
            In 1938 emigreerde hij naar de Verenigde Staten.
            Hij schreef meer dan 90 operettes, daarvan is Im weissen Rössl, welke hij schreef op een libretto van Hans Müller en Erik Charell,
            nog steeds wereldberoemd.


            Emmerich (Imre) Kálmán (Siófok (Oostenrijk-Hongarije), 24 oktober 1882 - Parijs, 30 oktober 1953) was een Hongaarse componist van operettes.
            Kálmán studeerde in Boedapest eerst rechten en dan muziek aan de Ferenc Liszt-Akademie voor muziek.
            Zijn eerste operette Tatárjárás, die in Boedapest in 1908 in première ging, was een groot succes. Hij verhuisde vervolgens naar Wenen.
            Daar had hij groot succes met zijn operettes.

            De operette Die Csárdásfürstin (1915) is zijn meest bekende.   Na deze succesvolle film werden Kálmáns werken echter geboycot.
            In 1942 deed hij afstand van zijn Hongaars staatsburgerschap omdat Hongarije zich lieerden met Hitlers Duitsland.  
            Zijn laatste werk Arizona-Lady werd door zijn zoon Charles voltooid en ging in 1954 in Bern in première.
            Samen met Franz Lehár geldt hij als de stichter van de zogenaamde 'zilveren' operettenstijl van het interbellum.


            Robert Stolz (Graz, 25 augustus 1880 - West-Berlijn, 27 juni 1975) was een Oostenrijks componist en dirigent.

            Hij schreef meer dan 60 operettes en talrijke filmmuziek. Hij wordt nog steeds de koning van de Weense operette genoemd.
             Vele nu nog bekende en geliefde "schlagers" kwamen van zijn hand, bijvoorbeeld: Adieu, mein kleiner Gardeoffizier,
            Du sollst der Kaiser meiner Seele 
sein, Im Prater blüh'n wieder die Bäume en Zwei Herzen im Dreivierteltakt.

            Robert Stolz bleef tot op hoge leeftijd actief in de muziek en heeft ook vele televisieoptredens gedaan samen met de tenor
            Rudolf Schock en Margit Schramm.
            Begin jaren '70 trad hij met beide op in een afgeladen Sorghvliethal in Veendam 

           Franz von Suppé (eigenlijk: Francesco Ezechiele Ermenegildo Cavaliere Suppé Demelli, soms ook Suppè geschreven)
           (Spalato, 18 april 1819 – Wenen, 21mei  1895) was een Oostenrijks componist die vooral operettes schreef.
            Von Suppé werd geboren in Split, in het huidige Kroatië, als zoon van een Belgische vader en een Oostenrijkse moeder. 

           Hij begon zijn carrière als dirigent in Wenen. Hij heeft in Presburg (Bratislava) gedirigeerd en in het Theater an der Wien (tot 1862).   
            De stijl van Von Suppés werken is licht en elegant. Zijn ouverture Dichter und Bauer uit 1846 geniet nog altijd grote populariteit,
           evenals de operette Leichte Kavallerie uit 1866. Sowieso hebben vooral Suppés aanstekelijke ouvertures repertoire gehouden. 
            Van de ouvertures tot de meeste operettes zijn bewerkingen voor harmonieorkesten geschreven.



           Carl Emil Paul Lincke (Berlijn, 7 november 1866 - Hahnenklee bij Goslar, 3 september 1946) was een Duits componist en theaterkapelmeester.    
           Hij wordt gezien als de 'Vader' van de Berlijnse Operette. Veel bekende melodieën zijn composities van Lincke, maar worden niet direct met hem
           geassocieerd, bijvoorbeeld Das macht die Berliner luft, luft, luft, in Nederland bekend als Een reisje langs de Rijn van Willy en Willeke Alberti .

           Pauls vroege herkenbare muzikaliteit uitte zich in zijn hang naar militaire muziek. Daarom stuurde zijn moeder hem voor studie naar Wittenberge.
           Hier werd hij door Rudolf Kleinow tot fagottist opgeleid. Daarnaast leerde hij ook tenorhoorn, slagwerk, piano en viool spelen.

           Paul Lincke woonde hoofdzakelijk in Berlijn en werd op 19-jarige leeftijd al theaterkapelmeester en muziekuitgever. 
           In 1943 was Lincke gastdirigent in Mariënbad om daar zijn compositie Frau Luna op te voeren, waarvan de officiële première in 1899 in Berlijn was.
           Hij stierf in Arzberg (Opper-Franken)  twee maanden voor zijn tachtigste verjaardag. Na een rouwdienst in de Stabkirche Hahnenklee werd hij bijgezet 
           op de begraafplaats van Hahnenklee. Zijn graf wordt tot op de dag van vandaag goed onderhouden.