Componisten


In deze categorie de bekendste componisten, waaruit orkesten, koren, solisten en ensembles (kunnen) putten om hun repertoire op te bouwen, onderverdeeld in de tijdscategorieën, zoals we die kennen. Van de meeste hieronder genoemde componisten vindt u in de volgende subpagina's een beknopte beschrijving.   

 Tijdvak  Categorie  Beknopte omschrijving Componisten
 1450 - 1600  Renaissance  (Wedergeboorte) periode na de middeleeuwen. Italië, daarna de rest van Europa.R.muziek niet meer antieke voorbeeld, maar die van de middeleeuwen, eenvoudiger, soepeler vloeiende melodieën en harmonieën, Constantijn Huygens,
Jan Pieteszoon Sweelinck
 1600 - 1750  Barok  Ook eerst in Italië. Vroeg-, hoog- en laatbarok. De laatbarok =rococo.
Ontstaan Opera's met thema's uit Griekse en Romeinse mythologie.
Johann Sebastian Bach,
Johann Christoph Bach,
Dietrich Buxtehude,
Georg Friedrich Händel,
Henry Purcell,
Georg Philip Telemann,
Antonio Vivaldi.
 1750 - 1820  Klassiek   Classicisme: empfindsame (overgevoelig)  stijl, de galante stijl en de Sturm und Drang-periode (literatuur). Geen contrapuntischetechniek meer, nu de homofone zetting, melodie begeleid door akkoorden.
De uitdrukking van de melodie en het gebruik van de harmonie enkel als ondersteuning (i.p.v. een complex meerstemmig weefsel waarin harmonie het gevolg is van de samenklank van diverse stemmen) is kenmerkend voor het classicisme.
Carl Philipp Emanuel Bach, 
Johann Christian Bach, 
Ludwig van Beethoven, 
Franz Joseph Haydn, 
Wolfgang Amadeus Mozart,
Gioacchino Rossini, 
Carl Maria von Weber. 
 1820 - 1910  Romantiek Hier werd de subjectieve ervaring als uitgangspunt genomen.
introspectie, intuïtie, emotie, spontaniteit en verbeelding kwamen centraal te staan. Er worden grotere composities gemaakt met meer noten en moeilijkere ritmes.
Ze gebruiken veel en vreemde, niet eerder toegepaste muziekinstrumenten.
Er is veel drama en emotie. Componisten zijn nu niet meer in dienst van de koning.
Hector Berlioz,  
Georges Bizet, 
Johannes Brahms, 
Anton Bruckner, 
Frédéric Chopin, 
Antonín Dvorák, 
César Franck,
Jacques Offenbach,
Giacomo Puccini, 
Camille Saint-Saëns,
Franz Schubert, 
Franz Lehár, Franz Liszt, 
Felix Mendelssohn, 
Robert Schumann, 
Franz on Suppé, 
Giuseppe Verdi,
Richard Wagner. 
   Operette 'Kleine opera' is een vorm van muziektheater die lijkt op opera, met minder serieuze onderwerpen. De muzikale nummers (aria's, duetten, ensembles, koorwerken) worden door gesproken dialogen aan elkaar verbonden.
Ontwikkelde zich rond het midden van de 19e eeuw, als antwoord op de steeds langer en serieuzer wordende Franse opéra comique.
Ralph(Rudolph Josef František) Benatzky, 
Emmerich (Imre) Kálmán, 
Robert Stolz, 
Franz von Suppé, 
Carl Emil Paul Lincke
   20e eeuw Europese klassieke muziek van na 1900 heeft een wijde variatie, beginnend bij de late romantische stijl, het impressionisme ,vervolgd door het Neo-Classicisme tot aan het tegengestelde serialisme. Soms ook wel de dissonante periode genoemd. Béla Bartók, 
Leonard Bernstein, 
Benjamin Britten, 
Claude Debussy, 
George Gershwin, 
Paul Hindemith,  
Zoltán Kodály,  

Carl Nielsen, 
Carl Orff, 
Francis Poulenc, 
Maurice Ravel, 
Jean Sibelius, 
Richard Strauss, 
Igor Stravinsky,
Kurt Weill. 
 na 1945  Modern Meerdere vormen o.a.Avant-Gardisme (1945-1970) : muziek die breekt met de (klassiek/romantische)
traditie. In deze muziek ontbreken dan ook vaak melodie, harmonie en ritme. Het Avant-Gardisme kan worden
gezien als een reactie van wantrouwen jegens de eigen, westerse cultuur, die twee Wereldoorlogen voortbracht.
In de avant-gardistische kunst werd na WO II een behoefte gevoeld om van voren af aan opnieuw te beginnen
en letterlijk alle waarden te herzien en te herdefiniëren.  Andere vormen : Im
pressionisme , ModernismeNeostijlen
Serialisme ,Microtonale muziek ,Minimale muziek en Eigentijdse muziek
John Cage, 
Philip Glass, 
Andrew Lloyd Webber.